marcel goossen

beeldend kunstenaar


De duistere mens in mootjes

Door Lucette ter Borg
De nachtzijde van het menselijk bestaan is het leidende thema van de tentoonstelling The Human Condition in kunstnaarsinitiatief P.ART in Zwolle en in de nieuwe artist in residence KiK in het Drentse Nijeveen. Op deze twee bijzondere plekken [....] heeft tentoonstellingsmaker en artistiek leider Pim Trooster zeventien voornamelijk jonge kunstenaars verzameld en ze in enkele gevallen gevraagd nieuw werk te maken. Dat heeft geleid tot een mooie, evenwichtige en duistere thematentoonstelling over de menselijke conditie.
Ron Amir (1975) doet dat door het menselijke en dierlijke lijf in schitterende en tegelijkertijd abjecte stukken op te dienen[......]
Heel anders maar niet minder beloftevol is het werk van Marcel Goossen (1962). Goossen bekeerde zich na een studie sociologie en journalistiek tot de beeldende kunst. Zijn tekeningen, waarvan hij twee joekels bij P.ART toont, zijn odes aan wat je het mislukte experiment mens kunt noemen. Goossen boetseert met potlood en uitgeknipte foto's van lichaamsdelen veelvoetige en veelhandige wezens in broek of jurk. Hun gezichten zijn androgyne tronies, hun benen behaard als van een beest, hun handen klauwen zich vast aan een plastic bak. Spiritual development doopt Goossen ze [.......]

(uit de NRC, 23 september 2010)





Woede en wellust bij Marcel Goossen

Door Wim van der Beek
Zwolle - Wekenlang kon Marcel Goossen beschikken over galerie Het Langhuis in Zwolle. Normaal gesproken werkt Goossen in een krap atelier. In het Langhuis kreeg de ruimte greep op hem.

Hij versleepte stapels oude tekeningen naar de tijdelijke werkplek en ging die opnieuw bewerken. Dat leidde tot een reeks opmerkelijke metarmofoses. Meestal zijn de ingrepen behoorlijk drastisch. De toegepaste werkwijze was niet nieuw. Ook in zijn schilderijen gaat Goossen herhaaldelijk aan de haal met de behaalde resultaten. Die worden in een volgende fase geheel of gedeeltelijk teniet gedaan. Daardoor ontstaat een sterke gelaagdheid. De weerbarstigheid van de onderschilderingen levert een rijke en doorleefde verfhuid op die medebepalend is voor de bewerkingen die het schilderij in volgende stadia ondergaat. Drie van die doorwerkte schilderijen vormen de basis voor Goossens tentoonstelling. In de tekeningen borduurt hij voort op de expressionistische schildertrant die zijn schilderijen kenmerkt. Daarom is het aannemelijk om de schilderijen als katalysator van het geheel te zien.
Zijn beeldtaal is extravagant en heftig, soms zelfs exorbitant en buitenissig. Vergelijkingen met werk van Ensor, New Glasgow Boys, Duitse expressioninsten en Nieuwe Wilden dringen zich op. Nolde en Kirchner kijken met evenveel goedkeurende blikken om de hoek als Howson, baselitz en Penck.
Goossen is ervan overtuigd dat kunst ergens over moet gaan. Zijn engagement mondt uit in een alles behalve optimistische mensvisie. De mens als eenling is oke, maar zodra groepsgedag om de hoek komt kijken gaat het mis. Gedeformeerde koppen en verwrongen menselijke gestalten onderstrepen agressie, woede en wellust. Oerdriften als vraatzucht, gewelddadigheid en platte seks dicteren het straatbeeld of fungeren als drijfveer voor de acties en interacties van de mensen in Goossens tekeningen. De beeldtaal is schrijnend en ruig. Dat kan ook niet anders. Alleen op die manier kunnen de harde werkelijkheid en de door de kunstenaar gesignaleerde escalatie overtuigend worden neergezet. En dat is wat Goossen wil: de vinger op de pijnlijke plek leggen en even doordrukken.

(uit de Zwolse Courant/de Stentor, oktober 2003)